Verlenging van de diplomatermijn
Een deelnemer met prestatiebeurs heeft, vanaf de eerste maand prestatiebeurs voor het mbo, tien jaar de tijd om een diploma te behalen op minimaal niveau 3. Als dit vanwege bijzondere omstandigheden niet lukt, kan de deelnemer een verlenging van de diplomatermijn aanvragen. Bij dit verzoek kunnen zowel medische als niet-medische omstandigheden de aanleiding zijn.
Aanvraag
In de praktijk vraagt de deelnemer de verlenging vaak pas aan het einde van de reguliere diplomatermijn aan. Pas dan is duidelijk dat het diploma niet binnen de diplomatermijn behaald kan worden. Op het formulier kunt u aangeven hoeveel maanden de deelnemer nog nodig heeft om het diploma te behalen.Verlengingsperiode
Bij een structurele omstandigheid kennen we standaard zestig maanden verlenging toe. Is dit niet voldoende, of zijn er nieuwe vertragende omstandigheden? Dan kan de verlenging van de diplomatermijn worden aangepast. Het formulier moet dan opnieuw worden ingevuld en opgestuurd.Langere periode studiefinanciering
Met het verlengen van de diplomatermijn krijgt de deelnemer ook langer de tijd om zijn recht op studiefinanciering op te nemen. Op 1 augustus 2015 verstrijkt de diplomatermijn voor de eerste lichting deelnemers met een prestatiebeurs.Voorbeeld
Een deelnemer doet een opleiding op niveau 4 en heeft daarvoor al één jaar prestatiebeurs ontvangen. Via het stagebedrijf kan hij op basis van zijn niveau 2- opleiding een vaste baan krijgen. Omdat het loon hoger is dan de studiefinanciering, besluit hij te gaan werken. De wet geeft hem daarvoor de ruimte: hij heeft tien jaar de tijd om zijn diploma te behalen, en hij wil na een werkperiode van vier of vijf jaar zijn middenkaderopleiding weer oppakken.
Als hij weer begint met studeren, heeft hij nog vier jaar om een diploma te behalen. Hij moet dan nog drie jaar naar school. Hij is een jaar bezig wanneer hij een zwaar auto-ongeluk krijgt. Door de revalidatieperiode kan hij pas na 18 maanden weer naar school. Hij is dan wel weer voldoende hersteld om de opleiding te vervolgen en uiteindelijk het diploma te behalen. Door de onderbreking haalt hij zijn diploma buiten de diplomatermijn. De diplomatermijn mag dan worden verlengd met de duur van de bijzondere omstandigheden, in dit geval 18 maanden.
De eerste onderbreking is een keuze van de deelnemer. Deze periode is niet veroorzaakt door een bijzondere omstandigheid en wordt daarom niet meegenomen bij de verlenging van de diplomatermijn. De tweede onderbreking is een onvoorziene omstandigheid en mag daarom wel worden meegenomen bij de verlenging.
